Een goed verhaal begint bij een goede briefing. Of het nu gaat om interne redacteuren, freelance journalisten of tekstschrijvers. Maar ook als je zelf schrijft, is het handig om het doel van je verhaal strak voor ogen te houden.

Do’s
Slim is om een template voor een tekstbriefing te maken, waarin je deze onderdelen opneemt:

  • Los artikel of rubriek: duiding in de uitgave.
  • Doel(en): kun je noemen in termen van kennis, houding en gedrag. Zolang je maar aangeeft waar het stuk aan moet bijdragen.
  • Aanleiding: past het artikel in de actualiteit? Is er een probleem waarop het inspeelt? Eventueel kort aangeven waarom het stuk juist nu geplaatst wordt.
  • Tone of voice: serieus, luchtig, humoristisch, objectief, of…?
  • Invalshoek: op welke centrale vraag geeft het artikel antwoord? Bij meerdere vragen: beperk het aantal tot twee of drie.
  • Genre: als je een bepaald bladritme zoekt, brief dan een gericht genre. Anders laat je de journalist lekker vrij. Een beetje creatieve tekstschrijver zal je namelijk verrassen. (het bedenken van een genre vind ik erg leuk).
  • Kaders: als je wilt dat bepaalde informatie in een kader staat, adviseer ik: noemen. Anders aan de tekstschrijver overlaten.
  • Valkuilen: iemand die lastig is in correctierondes, veel over zichzelf praat, een bestuurlijk gevoeligheid… Uitkijken hoe je dit formuleert; houd het netjes, maar wees wel duidelijk.
  • Beeld of fotografie: is er al een beeldconcept, waar de tekstschrijver rekening mee kan houden? Of mag hij zelf een voorstel voor beeld doen?
  • Is de geïnterviewde op de hoogte? Onderschat deze niet…
  • Gegevens geïnterviewde(n): telefoonnummer, e-mail, adres en eventuele bijzonderheden (bijvoorbeeld dagen waarop iemand niet werkt).
  • Aantal woorden: inclusief kaders en inleiding of niet?
  • Aantal geschatte uren: bij freelance journalisten kun je vooraf het geschatte aantal uren overeenkomen. Houd er rekening mee dat dit hoger kan uitvallen, bijvoorbeeld door lastige correctierondes.
  • Deadline en verschijningsdatum.

Don’ts

  • Bovenstaande punten niet opnemen (beetje flauw, maar toch).
  • Dit wordt vaak vergeten: aantal woorden, aantal geschatte uren en mailadres of telefoonnummer
  • Te veel invalshoeken noemen. Een klassieker. Sommige opdrachtgevers willen te veel zaken in één artikel proppen. Vaak aangewakkerd door interne druk van die-en-die manager. Maar, zo’n artikel voldoet nooit helemaal aan de wensen. Heen-en-weer gemail met de journalist en geïnterviewden is het gevolg. Nog los van de kwaliteit: een verhaal van 700 woorden met zes invalshoeken zit belabberd in elkaar en bereikt z’n doel niet. Focus; er volgen nog meer uitgaven voor vervolgartikelen.
  • Te veel achtergrondinfo geven. Achtergrondinfo is erg handig. Maar hele A4’tjes vol zijn onhandig. Het artikel is dan al min of meer geschreven. Opdrachtgevers die bang zijn voor uitbesteden, trappen hier vaak in. Controle, controle, controle… Laat ruimte voor de journalist om nieuwe feiten en leuke quotes boven tafel te krijgen. Daar betaal je ‘m tenslotte voor.

Lees ook: Hoe brief je een fotograaf?